Ardbeg Distillery
Opgericht: 1794
Gebied: islay
Adres: Port Ellen, Islay, PA42 7EA
Eigenaar: Glenmorangie plc
Status: in gebruik
Capaciteit: 1,0 miljoen liter per jaar
Uitrusting: 1 wash stills, 1 spirit stills
Website: http://www.ardbeg.com/
De plek waar de huidige distilleerderij staat, was vroeger een gouden
schuilplaats voor illegale stokers en smokkelaars. Een vaste kern van
deze mensen bouwde in 1794 een distilleerderij, illegaal natuurlijk. Aan
de lol kwam al snel een einde, want ze werden ontdekt en
accijnsambtenaren maakten een eind aan hun praktijken. Toch is een van
hen in 1815 gaan bouwen aan een legale distilleerderij: John MacDougall.
De daaropvolgende dertig jaar, van 1815 tot 1845, zouden er in dit
gebied nog negen distilleerderijen worden gebouwd, waarvan onder andere
Lagavulin en Laphroaig nog actief zijn.
John MacDougall werd vanaf 1837 bijgestaan door zijn zoon Alexander, die
de zaak voortzette onder de bedrijfsnaam Alexander MacDougall & Co.
Tot lang na zijn dood bleef deze firmanaam behouden. Pas in 1959, na
financiële problemen, werd de naam veranderd in Ardbeg Distillery
Ltd. Hierna braken er voor de Ardbeg-distilleerderij een aantal
rampjaren aan. In 1973 werd de Ardbeg Distillery Trust opgericht, die
eigendom was van Hiram Walker & Sons Ltd (later Allied Distillers)
en D.C.L. (Distillers Company Ltd, tegenwoordig United Distillers &
Vintners). Deze grote bedrijven vonden het nodig dat Ardbeg bleef
produceren omdat Islay-malt in die tijd zeer belangrijk was voor de
productie van blended whisky. In 1977 werd Hiram Walker & Sons Ltd
(toen net overgenomen door Allied Distillers) de enige eigenaar. Deze
firma sloot de distilleerderij in 1981 en de achtien medewerkers kwamen
hiermee op straat te staan.
Allied Distillers werd in 1989 eigenaar van een andere distilleerderij
op Islay: Laphroaig. Ondanks het feit dat Allied ervoor koos om
wereldwijd de malt van Laphroaig te gaan promoten, werd in datzelfde
jaar Ardbeg heropend ten behoeve van de productie van malt voor blended
whisky. Er werd weer whisky geproduceerd maar de mouterij bleef dicht.
De mout kwam vanaf dat moment uit de trommelmouterij van Port Ellen. De
mout uit eigen mouterij kon zeer rokerig zijn, omdat in de kilns geen
ventilator zat. Daardoor bleef bij windstilte de rook lang in de kiln
hangen. Om te voorkomen dat de mout tijdens die windstiltes verstikte,
ging er een soort schoepenrad (turner) over de eestvloer heen en weer,
om zo zuurstof in de broeiende massa te brengen. Ardbeg werd in 1996
gesloten en te koop gezet en in 1997 gekocht door Glenmorangie Plc. De
koper wist dat er veel moest worden geïnvesteerd, maar ook dat hij
een distilleerderij kocht met een grote reputatie.
Doordat het Franse LVMH Moët Hennessy-Louis Vuitton in 2004 een
aandelenpakket van 52% kocht, kreeg deze groep een
meerderheidsbelang in het voormalige familiebedrijf Glenmorangie. De
Amerikaanse distillateur Brown-Forman heeft een aandeel van 16%. De rest
is nog in bezit van de familie Macdonald, de vroegere
grootaandeelhouders van Glenmorangie Group Plc.
Bron: Brilleman, Robin, De gids 'Schotse Malt Whisky', Amersfoort,
Van Wees