click here for our wines,champagnes,cognac...

Share this!



speyside-whisky/balmenach-23jr-1988-adelphi.jpg
« Back to whisky overzicht

  Balmenach 23 jaar, 1988 Ad

Adelphi is een onafhankelijke bottelaar, waar kwaliteit hoog in het vaandel staat. Ze gaan voor de hoogste kwaliteit en willen alleen de absolute topwhisky's bottelen met hun eigen Adelphi label erop.

 

Kenmerkend voor de Adelphi bottelingen is een bijdrage van de vaten aan de whisky. De rijping moet echt iets hebben toegevoegd aan de smaak en het karakter van de whisky. Alleen de allerbeste vaten worden geselecteerd en er wordt absoluut geen concessie gedaan aan de kwaliteit. Dit maakt een Adelphi botteling vaak wat duurder. Natuurlijk gaat het hier om single cask single malt whisky's die bij het bottelen niet worden gekleurd, verdund of gefilterd. Het beste uit het vat komt in het glas.

 

Flessen wereldwijd: 170
Gedistilleerd: 1988
Gebotteld: 2012
Vatnummer: 3265
Serie: Adelphi Selection




Price € 139.00 including BTW Add to basket

Balmenach Distillery

Opgericht: 1824
Gebied:
Speyside   
Adres:
Cromdale, Grantown on Spey, PH26 3PF
Eigenaar:
Inver House Distillers Ltd
Status:
in gebruik
Capaciteit:
1,8 miljoen liter per jaar
Uitrusting:
3 wash stills, 3 spirit stills
Website:
http://www.balmenachdistillery.com/




James McGregor, die samen met twee broers in het plaatsje Tomintoul jarenlang bezig was met het smokkelen van whisky, wilde na jaren van illegale praktijken weleens wat legaals doen en besloot een boerderij te beginnen. Dit deed hij vlak bij Cromdale, zo'n 16 kilometer ten noorden van Tomintoul. Hij noemde de boerderij Balmenach. Het bleef niet lang bij boeren. McGregor was in 1824 een van de eersten in de Speyside die een vergunning aanvroegen om op hun boerderij legaal whisky te mogen stoken. Al op 18 augustus 1824 werd de eerste whisky verkocht aan een firma uit Aberdeen, en aan Lord Selkirk en de Duke of Bedford.

Ergens in de jaren '70 van de negentiende eeuw stierf James McGregor, waarna zijn vrouw er alleen voor stond. Zij kon de boerderij, de distilleerderij en het gezin niet draaiende houden omdat ze zelf de beste klant werd van de distilleerderij. Ze verwaarloosde alles, inclusief haar kinderen. In 1878 werd de zoon van James, John McGregor, gevraagd terug te keren naar zijn ouderlijk huis om de familie en de beide bedrijven te redden. John woonde op dat moment in Nieuw-Zeeland, waar hij als boer zeer veel geld verdiende. Ondanks dat verkocht hij zijn boerderij en kwam terug naar Schotland. Hij runde de boerderij met duizend schapen en honderd koeien en zette de distilleerderij weer op het spoor. Hoewel de machinerie ook voor die tijd verouderd was, wilde John onder geen voorwaarde ook maar iets aan de distilleerderij van zijn vader veranderen.

Pas in 1897 werd de distilleerderij langzamerhand vernieuwd. In dat jaar werd Johns zoon James McGregor de eerste directeur-manager van Balmenach Glenlivet Distillery Ltd. Een van de eerste dingen die James deed, was een treinspoortje laten aanleggen van de distilleerderij naar het station van Cromdale, zodat hij met een eigen trein volle fusten met whisky kon afvoeren en lege fusten, kolen en gerst kon aanvoeren.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog ging Balmenach, net als veel andere distilleerderijen, een aantal jaren dicht. Er was in die tijd een tekort aan gerst en andere granen. In augustus 1922 werd McGregor uitgekocht door drie Schotse whisky blenders, namelijk Macdonald Greenlees Ltd uit Leith, Peter Dawson Ltd uit Glasgow en James Watson & Co Ltd uit Dundee. Alle drie werden een paar jaar later opgeslokt door de Distillers Company Ltd, waarna de aandelen in 1930 overgingen naar Scottish Malt Distillers Ltd. Dit werd later United Distillers, na de overname van D.C.L. door Guinness.

In 1936 werd de oude stoomlocomotief vervangen door een nieuwe. In 1937/38 werd de distilleerderij aangesloten op het elektriciteitsnet. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, tussen 1941 en 1947, werd het bedrijf gesloten vanwege het tekort aan gerst. In 1950 werd alle machinerie elektrisch, behalve de moutmolen, die nog steeds met een stoommachine werd aangedreven. In het begin van de jaren '60 werden er twee stills bij gebouwd, die in 1971 werden omgebouwd van kolen- naar stoomverwarmd.

Tussen1963 en 1964 werden de moutvloeren vervangen door een Saladin box. Het stoomlocomotiefje van de distilleerderij reed voor de laatste keer op 31 oktober 1968, een paar dagen voordat de spoorlijn van Speyside gesloten werd. In 1978 werd de boerderij opgeheven en werd er een installatie gebouwd voor de productie van veevoer, dat gemaakt wordt van de na het brouwen overblijvende draff en de pot ale die overblijft na de eerste distillatie.

Balmenach werd door U.D. in 1993 gesloten en op 2 december 1997 verkocht aan Inver House. Dit bedrijf stelde de distilleerderij op 2 maart 1998 weer in productie. De warehouses waren bij de aankoop leeg, dus het zal nog wel even duren tot Inver House een eigen malt op de markt zal brengen. Sinds november 2001 behoort Inver House tot Pacific Spirit UK dat onderdeel is van het Thaise bedrijf Khun Charoen Sirivadhanabhakdi. Deze drankengigant produceert bier, rum en Thai-whisky.

Bron: Brilleman, Robin, De gids 'Schotse Malt Whisky', Amersfoort, Van Wees