Benrinnes Distillery
Opgericht: 1826
Gebied: Speyside
Adres: Aberlour, Banffshire, AB38 9WN
Eigenaar: Diageo
Status: in gebruik
Capaciteit: 2,6 miljoen liter per jaar
Uitrusting: 2 wash stills, 4 spirit stills
Website: -
De eerste distilleerderij werd gebouwd in het jaar 1826, vlak bij Whitehouse Farm. Deze boerderij bestaat nog steeds, maar de distilleerderij spoelde in 1829 weg door een vloedgolf van water die van de Ben Rinnes naar beneden kwam. De distilleerderij werd herbouwd bij een andere boerderij vlak in de buurt. Deze boerderij droeg de naam Lyne of Ruthrie, wat dan ook vanaf 1829 de naam van de distilleerderij is geweest. Peter McKenzie was de eerste legale stoker op de Lyne of Ruthrie-distilleerderij. De distilleerderij werd in 1842 overgenomen door John Innes, die de naam veranderde in Benrinnes. Hij verkocht de zaak in 1845 aan William Smith. Deze ging echter in 1864 failliet. In 1865 werd de distilleerderij gekocht door David Edward, die hem naliet aan zijn zoon Alexander. Deze Alexander werd een bekende figuur in de whiskywereld van die tijd. Hij bouwde de Craigellachie- en de Aultmore-distilleerderij en kocht aandelen in de Oban-distilleerderij.
Het stillhouse van Benrinnes en de ernaast gelegen gebouwen werden in 1896 getroffen door een brand. Alexander bracht de distilleerderij onder in de Benrinnes-Glenlivet Distillery Company en ging vervolgens voorraden whisky verkopen om geld te verzamelen voor de wederopbouw van zijn distilleerderij. Rond 1900 ging het echter minder goed in de whisky-industrie. Benrinnes werd overgenomen; in 1922 werd hij weer verkocht, aan John Dewar & Sons, die op hun beurt in 1930 eigendom werden van D.C.L., dat nu onderdeel is van U.D.V.
Benrinnes werd in de winter 1932/33 gesloten, en vervolgens nogmaals tussen 1943 en 1945 vanwege het gebrek aan gerst tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1951 werd de distilleerderij aangesloten op het elektriciteitsnet en werden de watermolen en de stoommachine buiten gebruik gesteld. Vier jaar later werd er een nieuwe distilleerderij gebouwd om de productie te verhogen. In 1964 werd de moutvloer door een Saladin box vervangen, maar deze werd zo'n twintig jaar later weer buiten gebruik gesteld. In 1966 werd het aantal stills verdubbeld en in 1970 werden deze omgebouwd en met stoom verwarmd. In 1978 is er een aantal warehouses bij gebouwd. Veel dingen veranderden, alleen de typische manier van distilleren bleef al die jaren ongewijzigd.
Bron: Brilleman, Robin, De gids 'Schotse Malt Whisky', Amersfoort, Van Wees