highland-whisky/dalmore-11jr-1999-2011-kintra.jpg
« Terug naar whisky overzicht

  Dalmore 11 jaar, 1999 - 2011, kt

Kintra Whisky brengt jaarlijks 8 tot 10 exclusieve bottelingen op de markt. Persoonlijk geselecteerd en speciaal voor Kintra Whisky gebottled.

 

De whisky's die worden gebotteld onder het 'Kintra Single Cask Collection Label' zijn elk individuele expressies van bekende en minder bekende distilleerderijen en vertegenwoordigen de verschillende whiskyregio's. Kenners zullen het individuele karakter van de single cask bottelingen zeker kunnen waarderen. Beginnende whiskygenieters kunnen met deze bottelingen een stap maken richting de grote diversiteit die de single cask bottelingen bieden.

 

Flessen wereldwijd: 120
Gedistilleerd: 06-04-1999
Gebotteld: 04-02-2011
Vatnummer: 3079
Vattype: Refill sherry butt





Prijs: € 64.99  inclusief BTW Nu kopen

Proefnotitie Kintra

Dalmore 11 jaar, 1999 - 2011 (57.2%, Kintra)
Geur: tabak, theeblaadjes, menthol, nectarine en perzik. Met water nog meer perzik
Smaak: lekkere ronde body
Afdronk: middellang en plezierig.

Mooie digestief om de avond mee af te sluiten.



Dalmore Distillery

Opgericht: 1839
Gebied: Northern Highlands    
Adres: Alness, Ross-shire, IV17 OUT
Eigenaar: Whyte & Mackay Ltd.
Status: in gebruik
Capaciteit: 3,2 miljoen liter per jaar
Uitrusting: 4 wash stills, 4 spirit stills
Website: http://www.thedalmore.com




Alexander Matheson bouwde in 1839 op zijn eigen land een distilleerderij met de naam Dalmore. Hij bouwde Dalmore niet om zelf te gaan distilleren maar om de distilleerderij te verpachten. De eerste pachter was de familie Sutherland. Het meest opmerkelijke lid van deze familie was Mrs. Margaret Sutherland. Zij dreef de distilleerderij tussen 1860 en 1866 en had als bijnaam 'sometime distiller', want ze werkte wanneer het haar uitkwam.

In het jaar 1866 werd de pacht overgenomen door Robert Pattison, maar dat was van zeer korte duur. Een jaar later werd Andrew Mackenzie, die toen vierentwintig jaar oud was, pachter van Dalmore. Deze Andrew vormde later samen met zijn twee broers, William en Charles, de firma Mackenzie Brothers. De broers deden goede zaken, want in 1874 werden er twee stills bij gebouwd in een apart stillhouse om zo de productie te verdubbelen. In het jaar 1891 werd de distilleerderij eigendom van de gebroeders. Het ging goed tot in 1910, toen Dalmore voor meer dan tien jaar dicht ging tijdens en rond de Eerste Wereldoorlog. De voorraden whisky werden verplaatst en ondergebracht bij drie distilleerderijen in de buurt. De warehouses werden toen door het Britse leger gebruikt als landmijnenfabriek.

In 1920 kwamen alle vaten weer terug en de Mackenzies brachten de distilleerderij weer in productie in 1921, na een grote verbouwing waarbij onder andere de stills onder één dak kwamen te staan. Andrew Mackenzie stierf in 1923 op eenentachtigjarige leeftijd, maar de Dalmore-distilleerderij bleef tot 1960 in de familie. In dat jaar kocht de Whyte & Mackay Group de distilleerderij. Vier jaar voor de overname werden de moutvloeren vervangen door een Saladin box, die tot 1981 dienst deed. Whyte & Mackay verdubbelde het aantal stills in 1966.

In 1966 werd de naam van de Whyte &Mackay Group veranderd in J.B.B. (Greater Europe) Plc. Nadat Jim Beam in 2001 de firma verkocht, heette deze een tijdje Kyndal International Ltd, maar daarna kreeg hij de oude naam Whyte & Mackey weer.

Bron: Brilleman, Robin, De gids 'Schotse Malt Whisky', Amersfoort, Van Wees