Edradour Distillery
Opgericht: 1837
Gebied: Central Highlands
Adres: Pitlochry, Perthshire, PH16 5JP
Eigenaar: Signatory
Status: in gebruik
Capaciteit: 90 duizend liter per jaar
Uitrusting: 1 wash stills, 1 spirit stills
Website: http://www.edradour.co.uk
De Edradour-distilleerderij werd in 1825 opgericht door een groep lokale
boeren. Het doel was hun eigen distilleerwerk op de boerderij te staken
en gezamenlijk om kosten te besparen één cooperatieve
distilleerderij met één vergunning te bouwen. Zij moutten
hun eigen gerst en gebruikten de distilleerderij om hun eigen whisky te
vervaardigen.
Zo ging het een aantal jaren, tot in 1841 werd besloten de
distilleerderij permanent te gaan gebruiken en er een commercieel
bedrijf van te maken. De boeren verenigden zich op 10 oktober 1841 in de
firma John MacGlashan and Company, met als mede-eigenaren Peter Scott,
Alexander Stewart, William McIntosh, Alexander Forbes, Duncan Stewart,
James Scott en James Robertson.- In het geschrift waarin deze namen
vermeld staan, is te lezen dat de heren distillateurs waren van enkel
mout. Dit was waarschijnlijk een sneer naar enige distillateurs in de
Lowlands, die de gewoonte hadden om gemoute en ongemoute gerst met
elkaar te mengen. In 1852, elf jaar na de 'commercialisatie' van de
distilleerderij, werd Edradour eigendom van een zekere James Reid.
Hierna volgen nog een aantal overnames, waarna de stokerij in handen
kwam van William Mclntosh, een van de officiële oprichters. Toen
zijn zoon John de distilleerderij in 1886 overnam, werd de firmanaam
veranderd in John Mclntosh & Co, en die bleef zo tot 1933. John werd
regelmatig bijgestaan door zijn neef Peter, wiens vader accijnsambtenaar
was op de Ord-distilleerderij. In de tijd dat John Mclntosh de
distilleerderij bestierde, nam hij gerst af van de lokale boeren om die
te mouten en er voor deze boeren whisky van te maken. Het eindproduct
werd dus niet op de open markt afgezet en daardoor had de
Edradour-distilleerderij weinig of geen last van economische recessies.
Aan de andere kant groeide de afzetmarkt ook niet of nauwelijks, zodat
Edradour een van de kleinste distilleerderijen van Schotland is
gebleven. Vanwege deze beperkte afzetmarkt werd Edradour dan ook
jarenlang het best bewaarde geheim van Schotland genoemd.
Hier kwam verandering in toen William Whiteley de whisky ontdekte en de
distilleerderij in 1933 kocht. Deze William was een blender uit Glasgow,
die altijd op zoek was naar malt voor de perfecte blend die hij voor
ogen had. Met de malt van Edradour meende hij die gevonden te hebben en
hij creëerde een blend die hij de naam House of Lords gaf. William
was een goed zakenman en stond in die tijd bekend als de 'dean of
distillers'. Hij wist altijd een markt te vinden om zijn whisky te
verkopen, zelfs tijdens de drooglegging in de V.S. In die tijd werd zijn
blend de House of Lords per torpedo afgevuurd op de stranden van Long
Island; ook werd de whisky via Canada of per onderzeeboot Amerika in
gesmokkeld. Door de jaren heen is de distilleerderij nauwelijks
veranderd, op een paar noodzakelijk ingrepen na. In 1947 werd de
watermolen gesloopt die met het water van de Edradour Burn de
distilleerderij aandreef, en werd er overgeschakeld op elektriciteit.
Midden jaren '60 van de vorige eeuw werd de moutvloer buiten gebruik
gesteld, en in de jaren '90 kwam er een bezoekerscentrum. Campbell
Distillers, de voorlaatste eigenaar en eigendom van de Pernod
Ricard-groep, heeft Edradour altijd als de parel van het bedrijf gezien.
Desondanks werd Edradour in 2002 verkocht aan Signatory Vintage Scotch
Whisky Co Ltd. Deze onafhankelijke bottelaar uit Edinburgh wordt geleid
door Andrew W. Symington. Voor hem is het altijd al een droom geweest om
een distilleerderij te bezitten. Vlak na de koop werd Andrews droom even
een kleine nachtmerrie, toen de altijd zo vredig stromende Edradour Burn
in de zomer ineens veranderde in een kolkende rivier die veel schade
toebracht aan de gebouwen en het houten bruggetje over de burn.
Bron: Brilleman, Robin, De gids 'Schotse Malt Whisky', Amersfoort,
Van Wees