island-islay-whisky/talisker-57-north.jpg
« Terug naar whisky overzicht

  Talisker 57 North

De naam Talisker 57° North heeft niets te maken met de leeftijd van deze malt, maar dankt zijn naam aan de geografische breedtegraad van de vestigingsplaats van onze distilleerderij – één van de meest vergelegen en noordelijke plaatsen in het ruige landschap van de Isle of Skye.

De drank wordt gerijpt in vaten die volledig gemaakt zijn van Amerikaans eiken, waardoor deze een zuiverheid bereikt die het unieke en intense distilleerkarakter van Talisker onderstreept.

Prijs: € 59.99  inclusief BTW Nu kopen

Proefnotitie Talisker

Talisker 57 North (57.8%)
Kleur: Massief goud.
Geur: Zuiver en intens, met een lichte rookgeur als die van een ontbrandende lucifer. Romige toffee in balans gebracht door een fruitachtige aroma. Sporen van zeewier, heidebloesem en vanille.
Body: Explosief, intens en rokerig.
Smaak: Een eerste zoete rokerige smaak met een explosieve sensatie in het midden. Eenmaal op volle sterkte ontplooit zich een explosieve ruige vulkanische kracht die ooit het beroemde Black Cuillin-gebergte op Skye vormde.
Afdronk: Tintelend met een perperachtige signatuur. 



Talisker Distillery

Opgericht: 1830
Gebied: Isle of Skye    
Adres: Isle of Skye, Inverness-shire IV47 8SR
Eigenaar: Diageo
Status: in gebruik
Capaciteit: 1.9 miljoen liter per jaar
Uitrusting: 2 wash stills, 3 spirit stills
Website: -




Het waren de gebroeders MacAskill die in 1830 de distilleerderij bouwden. Hugh en Kenneth kwamen van het veel kleinere eiland Eigg, zuidelijk van Skye.

In 1827 pachtte Hugh Talisker Farm en wat land eromheen van Macleod of Macleod, om er schapen te gaan houden. Een nazaat van deze Macleod of Macleod woont nog steeds op het eiland, op Dunvegn Castle, en bezit nog altijd een groot deel van het eiland.

Drie jaar later, in 1830, pachtte Hugh samen met zijn broer Kenneth 8,5 hectare land op de oever van Loch Harport om er een distilleerderij te bouwen. Kenneth Mac Askill, die de distilleerderij jaren leidde, overleed negen jaar later. De distilleerderij kwam heel even in handen van een schoonzoon van de broers, Donald MacLennan, maar ging daarna over naar J.R.W. Anderson.

Deze Anderson werd in 1876 veroordeeld voor oplichting. Hij streek veel geld op met de verkoop van whisky, maar leverde die vervolgens niet. Tijdens een zes maanden durend verblijf in de gevangenis werd hij failliet verklaard, waarna de distilleerderij en de vergunning werden verkocht.

De nieuwe eigenaars waren Roderick Kemp, wijn- en drankhandelaar uit Aberdeen, en Alexander Grigor Allan, mede-eigenaar van Glenlossie. Dit partnerschap werd in 1892 verbroken. Allan kcoht Kemp (die daarna Macallan kocht) uit en bracht de vergunning drie jaar later onder in de Talisker Distillery Co Ltd. Toen dit bedrijf in 1898 samenging met de Dailluaine-distilleerderij, ontstond de firma Dailuaine-Talisker Distilleries Ltd. Thomas Mackenzie werd manager en grootaandeelhouder van dit nieuwe bedrijf.

In 1900 werd er een nieuwe pier aangelegd, met een goederentrammetje van de distilleerderij naar de pier, en werden de meeste aandelen gekocht door een groep blenders, namelijk John Dewars & Sons Ltd, W.P. Lowrie & Co Ltd (een onderdeel van James Buchanan & Co Ltd) en John Walker & Sons Ltd. Al deze bedrijven gingen in 1925 samen in de Distillers Company Ltd (D.C.L.). Volgens de archiven zou Talisker in 1928 zijn overgeschakeld van een drievoudige distillatie naar een tweevoudige distillatie. De voor- en de naloop zouden vooheen in een aparte spirit still nogmaals apart zijn gedistilleerd.

Zoals de meeste distileerderijen in Schotland ging ook Talisker tijdens de Tweede Wereldoorlog dicht vanwege het tekort aan gerst. De tweede keer dat de distilleerderij met de productie moest stoppen was door een brand. Op 22 november 1960 ging het hele stillhouse in vlammen op. Twee jaar later was de schade hersteld en stonden er in het nieuwe stillhouse exacte kopieen van de oude stills. De stills werden toen nog wel met kolen verwarmd, maar de aanvoer van de kolen verliep automatisch in plaats van met de hand. In 1972 werden de stills omgebouwd en voortaan met stoom verhit. De moutvloeren verdwenen in datzelfde jaar.

Omdat Skye jaarlijks een groot aantal toeristen trekt, werd er in 1988 een bezoekerscentrum gebouwd, om van daaruit rondleidingen door de distilleerderij te verzorgen. In 1997 werd de distilleerdrij voor een halfjaar gesloten en geheel verbouwed. De still werden vernieuwd en het productieproces werd gecomputeriseerd. Sinds deze laatste verbouwing wordt het grootste deel van de productie afgevoerd per tankauto en op het Schotse vasteland gerijpt.

Bron: Brilleman, Robin, De gids 'Schotse Malt Whisky', Amersfoort, Van Wees